Amsterdam Centre for the Study of the Golden Age
ECARTICO
Linking cultural industries in the early modern Low Countries, ca. 1475 - ca. 1725

Jan Snellinck I

Name:Jan Snellinck
Name variants:Hans / Joan Snellinx
Gender:male
Born:Mechelen circa
Died:Antwerpen
Father:Daniël Snellinck I (? - ?)
Mother:Cornelia Verhulst, alias: Bessemeers (? - ?)

Marriages:

Children:

Occupation(s):

Occupational address(es):

Attributes

Category Attribute Value Date startDate end
Religion DenominationReformed0000-00-00 0000-00-00
Religion DenominationRoman Catholic0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Historiehistoriestukken0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Militairmilitaire scènes0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Militairveldslagen0000-00-00 0000-00-00

Relations

Relation Modifier Date startDate end
Artistic
worked under commission for Peter Coenrarts, alias: Pedro
Education and training
master of Andries Jansz Snellinckcertain
master of Filips van Hooswinckel, alias: Hoeswinckelcertain
master of Adriaen Vrancxcertain
master of Abraham Janssens van Nuyssen Icertain
master of Cornelis van de Sande Janszooncertain
master of Hans de Costercertain
master of Machabeus Bommaerts, alias: Machilcertain
master of Eduard Kaymax, alias: Caymocxcertain
master of Francois Simonscertain
Friendship
legal guardian of Filips van Hooswinckel, alias: Hoeswinckel
Housing
tennant of Volcxken Diericx

References

External biographical records

Primary sources

  1. Duverger, Erik, Antwerpse kunstinventarissen uit de zeventiende eeuw (12 vols.), [Fontes historiae artis Neerlandicae / Bronnen voor de kunstgeschiedenis van de Nederlanden 1-12], Brussel: (1984-2002), volume 1: 95-96, volume 2: 77-78, volume 4: 183-190 (9/11-10-1638) & volume 4: 250-252 (24-5-1639)
  2. Houbraken, Arn., De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, waar van 'er vele met hunne beeltenissen ten tooneel verschynen, .. zynde een vervolg op het schilderboek van K. van Mander (3 vols.), Amsterdam: Arnold Houbraken (1718-1721), volume 1: 35-36

Secondary sources

  1. Groenendijk, Pieter, Beknopt biografisch lexicon van Zuid- en Noord-Nederlandse schilders, graveurs, glasschilders, tapijtwevers et cetera van ca. 1350 tot ca. 1720, Leiden: Primavera (2008)
  2. Thieme, Ulrich & Becker, Felix, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart, Band 31, Leipzig: Engelmann (1937), 188
  3. Von Würzbach, Alfred, Niederländisches Künstler-Lexikon (3 vols.), Leipzig: Halm und Goldmann (1906-1911). <URL: http://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/wurzbach1906ga>
  4. Van Roey, J., 'De Antwerpse schilders in 1584-1585. Poging tot sociaalreligieus onderzoek', Jaarboek Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen(1966), pp. 107-132, 125
  5. Van der Linden, David, 'Coping with crisis. Career strategies of Antwerp painters after 1585', De Zeventiende Eeuw 31 (2015), pp. 18-54. <URL: http://doi.org/10.18352/dze.10126>
  6. Roberts-Jones, Philippe, De Wilde, Éliane & Dechaux, Carine (eds.) Le dictionnaire des peintres belges du XIVe siècle à nos jours : depuis les premiers maîtres des anciens Pays-Bas méridionaux et de la principauté de Liège jusqu’aux artistes contemporains, Bruxelles: La Renaissance du Livre (1995), (édition en ligne). <URL: http://balat.kikirpa.be/peintres/>, 4820
  7. Göbel, Heinrich, Wandteppiche (3 vols.), Leipzig: Von Klinkhart & Biermann (1923-1934)
  8. De Maeyer, Marcel, Albrecht en Isabella en de schilderkunst: bijdrage tot de geschiedenis van de XVIIe eeuwse schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden, [Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten van België: Klasse der Schoone Kunsten 9], Brussel: Paleis der Academiën (1955)
  9. Turner, Jane (ed.) The dictionary of art (34 vols.), London: Macmillan; New York: Grove (1996)

Metadata

Last update: