Amsterdam Centre for the Study of the Golden Age
ECARTICO
Linking cultural industries in the early modern Low Countries, ca. 1475 - ca. 1725

Antoon Goubau

Gender:male
Born:Antwerpen baptized on
Died:Antwerpen buried on
Father:
Mother:

Marriages:

Children:

Occupation(s):

Occupational address(es):

Attributes

Category Attribute Value Date startDate end
Subject of painting Historiehistoriestukken0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Keuken- en marktstukkenmarktstukken0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting LandschapItaliaanse landschappen0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Portretportretten0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Stads- en dorpsgezichtenstadsgezichten0000-00-00 0000-00-00

Relations

Relation Modifier Date startDate end
Education and training
master of Jan Baptist Tijssens (II), alias: Johan Tijssenscertain
master of Jan van der Bruggen, alias: Joannes / Jeancertain
master of Laureys Goubaucertain
master of Abraham Cornelius Couchetcertain
master of Jan Frans van Bloemen, alias: Gian Francesco / Jan Francis van Blommencertain
master of Pieter Cornelisz. Hesselscertain
pupil of Johan de Farcas, alias: Johannes de Farcas / Jan de Fariuscertain
Friendship
assisted at marriage Jan Peeters I, alias: Joannes / Johannes

References

External biographical records

Primary sources

  1. Hoogewerff, G.J., Nederlandsche kunstenaars te Rome (1600-1725): Uittreksels uit de parochiale archieven, 's-Gravenhage: Algemeene landsdrukkerij (1943).

Secondary sources

  1. De Maere, J. & Webbes, M., Martin, Jennifer A. (ed.) Illustrated dictionary of 17th century Flemish painters (3 vols.), Brussels: La Renaissance du Livre (1994).
  2. Duverger, Erik & Maufort, Danielle, 'Het Antwerps kunstenaarsgeslacht Tijssens (Thyssens) uit de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw en zijn stamvader Augustijn Tijssens de Oude', Gentse bijdragen tot de kunstgeschiedenis en oudheidkunde 31 (1996), pp. 127-207.
  3. Groenendijk, Pieter, Beknopt biografisch lexicon van Zuid- en Noord-Nederlandse schilders, graveurs, glasschilders, tapijtwevers et cetera van ca. 1350 tot ca. 1720, Leiden: Primavera (2008).
  4. Hoogewerff, G.J., De Bentvueghels, 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff (1952).
  5. Thieme, Ulrich & Becker, Felix, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart, Band 14, Leipzig: Engelmann (1921).
  6. Turner, Jane (ed.) The dictionary of art (34 vols.), London: Macmillan; New York: Grove (1996).
  7. Von Würzbach, Alfred, Niederländisches Künstler-Lexikon (3 vols.), Leipzig: Halm und Goldmann (1906-1911). <URL: http://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/wurzbach1906ga>.

Metadata

Last update: