Amsterdam Centre for the Study of the Golden Age
ECARTICO
Linking cultural industries in the early modern Low Countries, ca. 1475 - ca. 1725

Joost van Gent

Name:Joost van Gent
Name variants:Joos / Justs / Justus van Gent / Joos van Wassenhove(n)
Gender:male
Born: circa
Died:Italië after
Father:
Mother:

Marriages:

Children:

Occupation(s):

Occupational address(es):

Attributes

Category Attribute Value Date startDate end
Subject of painting Historiehistoriestukken0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Historiereligieuze figuren0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Ornamentheraldische wapens0000-00-00 0000-00-00
Subject of painting Portretportretten0000-00-00 0000-00-00

Relations

Relation Modifier Date startDate end
Business
is employee of Federico da Montefeltro
Financial
is assured by Jan de Vos
stands surety for Augustin de Brune
stands surety for Hugo van der Goes, alias: van der Gous
stands surety for Alexander Bening, alias: Sander(s) / Sandres Bening / Benninck
stands surety for Agnes van den Bossche, alias: Agneete

References

External biographical records

Primary sources

  1. Rombouts, Ph. & Van Lerius, Th., De Liggeren en andere historische archieven der Antwerpsche Sint Lucasgilde onder de zinspreuk: Wt ionsten versaemt (2 vols.), Antwerpen: Baggerman; ’s Gravenhage: Nijhoff (1864-1876), volume 1: 13.

Secondary sources

  1. Cornelis, Els, 'De kunstenaar in het laat-middeleeuwse Gent. II. De sociaal-economische positie van de meesters van de Sint-Lucasgilde in de 15de eeuw', Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent Nieuwe Reeks 42 (1988), pp. 95-138. <URL: http://ojs.ugent.be/hmgog/article/view/259/251>, 136.
  2. Groenendijk, Pieter, Beknopt biografisch lexicon van Zuid- en Noord-Nederlandse schilders, graveurs, glasschilders, tapijtwevers et cetera van ca. 1350 tot ca. 1720, Leiden: Primavera (2008).
  3. Swillens, P.T.A., Prisma Schilderslexicon: bevat ruim 4000 namen van Nederlandse en Belgische schilders, tekenaars, graveurs, etsers, houtsnijders, decorateurs, miniaturisten enz. van de 15e eeuw af tot heden, Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum (1957).
  4. Thieme, Ulrich & Becker, Felix, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart, Band 19, Leipzig: Engelmann (1926), 353-355.

Metadata

Deprecated URIs

Last update: